Vesperae Solennes

Van oudsher worden binnen katholieke kloosters en kerken op vaste tijden gebedsdiensten gehouden: getijden. De vespers is een van de acht getijden. Afgeleid van 'hora vespera', oftewel 'avondgetijde', vindt de vesperviering tegen het begin van de avond plaats. In de zesde eeuw legde de heilige Benedictus van Nursia de inhoud van de getijden vast, en voor de vespers betekende dat: het reciteren van minimaal vier psalmen, een hymne en het Magnificat, waarin Maria dank brengt aan God voor haar uitzonderlijke zwangerschap. Mede vanwege deze extatische lofzang uit het evangelie van Lucas is de vespers tot een speciaal getijde uitgegroeid, waarvoor componisten als Monteverdi, Vivaldi, Mozart en Rachmaninov briljante toonzettingen hebben geleverd.

Tijdens het vierde concert van de Amsterdamse Händelvereniging staan de Vesperae solennes de Confessore (Plechtige Vespers voor de Belijdenaar) centraal die Wolfgang Amadeus Mozart (1756—1791) in 1780 te Salzburg componeerde als hofmusicus van prins-aartsbisschop Hieronymus von Colloredo. Mozart baalde hartgrondig van deze aanstelling en kwam regelmatig zijn verplichtingen niet na. Van aversie tegen zijn broodheer is muzikaal niets te merken, maar hij was een te vrije geest om de weinig verlichte kerkvorst langdurig te dienen, en na de nodige aanvaringen volgde zijn ontslag.

Vanmiddag hoort u Mozarts Vespers KV 339 niet aan een stuk door, wat wel gebruikelijk is. Het oratorium wordt voor deze gelegenheid uitgebouwd tot een rijk geschakeerde muzikale vesperviering in de geest van Monteverdi's Vespers, met rond de psalmen en het Magnificat enkele onbegeleide koorwerken, instrumentale stukken en begeleide solozang van andere componisten, waaronder een magistrale Maria-cantate van onze naamgever.

 

Programmaboekje (Klik om te bladeren):